Beste consuminderaars en vrekken, deze column gaat niet over jullie. Wel over mij, mijn beeld en hoe een woord een beeld oproept.

Consuminderen? Een soort sport en ik houd niet van spelletjes om te winnen.  Vrekken? Dat zijn fanatici en die vind ik doodeng.

Met die beelden onbewust in mijn achterhoofd kreeg ik het boek “Je geld of je leven” van Hanneke van Veen en Rob van Eeden te leen. “Moet je lezen. Vind je leuk,” werd er bij gezegd. Nou ja, de ondertitel “op weg naar financiële onafhankelijkheid” sprak met wél aan.

Wat ik geweldig vind in dit boek is de vertaling van geld naar levensenergie: wat kost het je om geld te verdienen? Wat is je werkelijke netto uurloon als je alle kosten, tijd en energie mee rekent? En wat kosten je aankopen nu werkelijk? Vind je dat de geïnvesteerde energie werkelijk waard? Héél verhelderend.

Door de tips in het boek merkte ik hoeveel dingen ik doe die volgens de schrijvers onder “consuminderen” horen. De meeste daarvan zijn niet een bewuste keuze, maar een gevolg van een zuinige opvoeding: eieren aan de kook brengen en het gas uitdraaien, want ze worden vanzelf gaar; gekleurde lakens kopen, want die hoef je niet zo heet te wassen als witte; kleren zelf repareren, enz. of ik heb ze geleerd van mijn man: seizoensproducten kopen “want die boontjes uit Egypte hebben me veel teveel vlieguren gemaakt.”

Wat er voor me uitknalde was een interview, waarin Henk zei: “Jullie van de Vrekkenkrant kunnen veel beter het woord zuinig vermijden. Gebruik liever de term economisch. Dat valt beter. Wat wij doen is gewoon zo economisch mogelijk leven.”

Dáár kan ik wat mee. Ik voel mezelf niet zuinig, gierig, fanatiek – en wat ik verder voor vooroordelen op allerlei termen plak. Ik zie me zelf als spontaan en vrijgevig, ook naar mezelf toe. Maar economisch leven. Dat doe ik zeker. Graag zelfs.

Dank je wel, Henk.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *